Dat de stadsrand een flexibel begrip is zien we elke keer dat we op pad gaan om te fotograferen. In de afgelopen drie jaar dat we bezig zijn met dit project herkennen we soms bepaalde plekken niet meer terug. Een van de snelst veranderende gebieden is bij Eelderwolde, waar de woonwijk Ter Borch wordt gebouwd. Dit “kruispunt van stad en land”, zoals de gemeente Tynaarlo het gebied beschrijft, toont ons elke keer weer het veranderlijke karakter van de stadsrand.
In de versnelling
Het gaat goed op de stadsrand. Onlangs hebben we gesproken met uitgeverij Platform Gras dat enthousiast is over het project en ons boek wil gaan uitgeven. Reden temeer om het fotograferen in de versnelling te gooien en nog meer bijzondere locaties, mensen en situaties vast te leggen. Dit weekend hebben we ons gericht op het gebied bij Kardinge en kwamen we, ondanks de onheilspellende lucht, deze jongens tegen.

foto: Marijke van Ruiten
Een jumbo Jumbo
Zoals elke vrijdag ochtend zijn Sabina en ik druk met, of druk op, de stadsrand. Afgelopen vrijdag reden we rond met het idee om locaties te scouten. Dat is niet helemaal gelukt omdat we meteen raak hadden en dus niet verder zijn gekomen dan het fotograferen van twee locaties. De eerste was een treurig (maar voor ons prachtig) stilleven van een verlaten zwembadje (een opzet model van zo’n 4 meter doorsnee) in het gras, omvangen door een houten hekwerk met lichtroze hang-bloembakken. Op de achtergrond een uitgebrand huis waarvan het rechter deel ingezakt en onherkenbaar was en daar weer achter een groot zachtgeel kantoorpand. Konden we niet laten liggen…
De tweede was een jumbo-formaat betonvloer waar een paar mannetjes (ze lijken altijd zo klein op zo’n groot bouwterrein) bezig waren met het verticaal plaatsen van vier betonplaten. Deze muur (die er nu uitzag als een coulisse op een groot podium) zal de enige massieve muur vormen van een nieuwe Jumbo. De rest van de wanden zal bestaan uit transparant glas, als we de opzichter mogen geloven. Mijn ervaring met betonvloeren in het landschap is dat ze altijd veel kleiner lijken dan ze daadwerkelijk zijn. Dat komt volgens mij door de verhouding van het weidse landschap eromheen tov zo’n paar vierkante meter beton. Maar in dit geval, voelde deze betonnen enorm! Dat belooft wat voor de bewoners van de 800 nieuwbouw woningen in Reitdiep. Hoeven ze zelfs voor de dagelijkse boodschapjes niet meer de stad in.

copyright: Marieke Kijk in de Vegte en Sabina Theijs
Publicaties Blauwe Kamer en Kijk op het Noorden
Terwijl we de stadsrand verder verkennen en fotograferen krijgt ons project de nodige aandacht in de media. In Blauwe Kamer (augustus 2010) gaat Mark Hendriks in op de vraag van wie de stadsrand eigenlijk is en wat er nodig is om deze zones om te zetten in aantrekkelijke stadsranden. Eddie Marsman beschrijft in zijn column in Kijk op het Noorden (oktober 2010) ons project. Daarnaast herinnert hij ons eraan dat ‘waar gebouwd wordt, tegelijkertijd iets anders [wordt] uitgegumd.’ De volledige tekst is ook te lezen op zijn website.



Blauwe Kamer (augustus 2010)
Recensie Randverschijningen
Journalist Marcel Wichgers heeft na een bezoek aan ‘Groter dan Groningen’ in het CBK een recensie geschreven voor de UK (6 mei 2010). Over de foto’s van Randverschijningen is hij zeer positief. Wil je zelf de foto’s bekijken? Tot en met 30 mei zijn ze nog te zien in het CBK Groningen.

Brand op de stadsrand (door Marcel Wichgers)
Radio Blauwe Maandag

Marieke en Sabina in gesprek met Jurgen Tiekstra bij Radio Blauwe Maandag.
Maandagavond 19 april waren Marieke en Sabina te gast bij Oog Radio, waar zij voor het programma ‘Radio Blauwe Maandag’ in gesprek gingen met Jurgen Tiekstra over ‘Randverschijningen’. Heb je de uitzending gemist? Dan kan je het alsnog hier beluisteren.
Column van Eddie Marsman

opening Randverschijningen (foto: CBK Groningen - H. Fierkens)
De opening van Randverschijningen in het CBK afgelopen vrijdag was een groot succes. De bezoekers konden niet alleen kijken naar de eerste resultaten van Randverschijningen, maar ook luisteren naar een bijdrage van publicist en fotografiecriticus Eddie Marsman. Hij schreef voor de gelegenheid een column over de stadsrand – de Madijk bij Eelderwolde om precies te zijn – en droeg deze vrijdagmiddag voor. De tekst is uiteraard ook te vinden op Eddie Marsman’s archiefblog Werkmanslust. Meer werk van zijn hand is onder meer hier te vinden.
Op een ochtend staat de mevrouw op.
Half zes is het en nog donker.
Ze hoort mannenstemmen buiten, in het weiland aan de overkant van het water.
En auto’s en portieren die dichtslaan.
Er worden dingen geroepen die ze niet verstaat. Er wordt gelachen.
En dat zo vroeg op de ochtend.
Dat hoort niet, hier op de Madijk.
Ze vertrouwt het maar niks. Moet ze de politie bellen?
Zo ongeveer moet het gegaan zijn, denk ik.
En dan verder.
Hoe ze voorzichtig het gordijn op een kiertje doet.
Dat ze vier, vijf, nee wel tien mannen ziet rondbanjeren.
Ze zijn in de weer met lange stokken.
Er zijn er ook die naar die stokken kijken door verrekijkers zo dik als klompen.
En weer een ander probeert op een kaart te kijken, maar dat lukt niet omdat ie wappert in de
wind. Daar moeten de anderen om lachen. Omdat die kaart wappert.
Maar de mevrouw zal niet gelachen hebben, denk ik.
De mevrouw heeft vooral de knoop in haar buik gevoeld.
De volgende dag moeten er weer tien andere mannen zijn geweest.
Die slaan paaltjes in de grond. Aan die paaltjes maken ze rood witte linten vast.
Zo passen ze allemaal rechthoeken af in het weiland, aan de overkant van de smalle vaart en
het fietspad en het slootje daar weer achter.
In het weiland waarachter pas in de verre verte de huizen staan die horen bij de stad.
In het weiland dat haar uitzicht heet.
Haar horizon.
En hoe de dag daarna de mevrouw geen tien mannen maar tien draglines door het weiland
ziet brommen. En kiepauto’s af en aan ziet rijden.
En hoe die knoop in haar buik almaar groter wordt.
Tot ie net zo groot is als de bulten aarde die de draglines overhoop halen.
Net zo groot als het bord waarop de toekomst alvast met vette letters wordt aangekondigd.
En dat ze dan maar haar koffer pakt en een weekje gaat logeren bij haar oudste zoon, of
misschien wel bij een broer of zus.
Omdat ze nu telkens zo vroeg wakker wordt.
En er ook niet van kan slapen.
De mevrouw die al een aardig eind in de zestig moet zijn.
Ze heeft grijs haar. Ze draagt vaak een schort, zo een met bloemetjes en met zakken waar je
zo handig van alles even in kan bewaren. Zo’n schort die hoort bij vroeger en het boerenerf
langs het zandpad, en de vaart en het fietspad en het slootje daar weer achter en het weiland
dat uitzicht heet.
Soms draagt ze dikke sokken in haar klompen.
Dat zag ik.
En dat ze daar al lang woont, misschien wel haar eigen mensenheugenis lang.
Kijk maar naar de wat verschoten blauwe verf op de staldeur. Naar de gordijnen. Naar de
zuinige kleine ramen.
En dan, na een weekje logeren, komt de mevrouw weer thuis, aan het eind van de middag,
en dan is alles anders, aan de overkant van de smalle vaart en het fietspaden het slootje daar
weer achter.
Mooie rode baksteen met subtiele stroken grijs, met hoge brede kozijnen waarin hoge brede
ramen passen waar de zon tegen aan ketst zodat het zeer doet aan je ogen.
Tuinen zo groot als een koeienstal.
Lange platte auto’s met zo’n hekje halverwege waarachter de hond zo keurig past en
desnoods een kind of drie.
Onwennig staat ze op het zandpad, aan haar waterkant, en daarachter het fietspad en het
slootje daar weer achter.
Ze friemelt met de handen in de zakken van haar schort.
En ze ziet twee mensen te hard lopen aan de overkant – hun kant.
Een te dikke meneer met een te blonde dame met een te jonge paardenstaart die opwipt bij
iedere te harde stap die ze zet.
Waar ben ik, vraagt de mevrouw.
Hoe heet het hier nu?
Madijk, hijgt de te dikke meneer naar de overkant. Ter Borch, hijgt de dikke meneer.
En tussen zijn tanden, zodat alleen zijn te blonde vrouw met haar te jonge paardenstaart het
nog net kan horen: stom mens, dat weet je wel, je woonde hier eerder dan wij allemaal.
Zo ongeveer moet het gegaan zijn, denk ik.
Niet dat ik het niet begrijp.
De stad moet nu eenmaal groeien. Zeggen ze.
Wie wil nou niet wonen in een huis van mooie rode baksteen. Zeggen ze.
Een huis met subtiele stroken grijs, en hoge brede kozijnen voor hoge brede ramen en alles
erop en eraan. Met uitzicht op een boerderijtje aan de andere kant van een slootje en een
fietspad en een vaart en een zandpad daar weer achter. Zo’n boerderijtje met een verschoten
blauwe deur.
Ik snap het wel. Heus wel.
Want de wereld staat nu eenmaal niet stil.
Alles verandert. Altijd.
Er helpt geen lievemoederen aan.
En dat is mooi, dat alles verandert.
Het is alleen zo jammer dat je dat soms zo jammer vindt.
Omdat er waar wordt gebouwd ook even hard iets anders wordt uitgegumd.
Een ruimte. Een uitzicht. Een horizon.
En daarachter zelfs, hoe goed je ook kijkt, uiteindelijk de herinnering.
Om maar eens iets te noemen.
Gum het uit, en je krijgt je het nooit meer terug.
Onherroepelijk.
Onwrikbaar.
Weg.
Zo nu en dan scharrelt de mevrouw nog wel eens op het erf langs het zandpad.
En zo nu en dan ziet ze dan uit haar ooghoek een fietser voorbij komen in een bruin corduroy
jasje, zo’n fietser die een tochtje maakt.
Ze zeggen nooit iets tegen elkaar, de fietser en de mevrouw.
Maar altijd kijkt hij even, en dan valt hem op dat ze zo naar beneden kijkt.
Niet naar de overkant, niet naar de vaart en het fietspad of het slootje daar weer achter.
De fietser denkt: ze kijkt naar de handen in de zakken van haar schort.
Die zakken waarin je zo mooi van alles kunt bewaren.
Of ze groot genoeg zijn voor een uitzicht of een horizon, weet hij niet.
Maar een foto, dat zou toch moeten kunnen.
Een foto, de scherpste aller troost.
Dan denkt de fietser ook: zouden we dat niet wat vaker moeten doen?
Zodra we weer zo nodig vooruit moeten, alvast een beetje achterom kijken.
Geen blij gekleurde foto’s maken van wat er allemaal weer bij elkaar is gedraglined,
gemetseld en getimmerd, maar foto’s van wat daarmee zo onherroepelijk is uitgegumd.
Ja, misschien moeten we dat maar doen.
En verder?
Is het dan nu afgelopen?
Nee, denk dat maar niet.
Weet u nog, die te dikke meneer, die van zijn te blonde vrouw met haar te jonge
paardenstaart?
Vanochtend half zes is hij wakker geschoten.
Mannenstemmen buiten, in het weiland aan de overkant van het water, naast de boerderij.
Auto’s en portieren die dichtslaan.
Mannen, stokken, een kaart die wappert in de wind.
Ik ben vanmiddag nog even gaan kijken, op de fiets.
Ze zijn al lekker opgeschoten.
Er ligt al zand, er staan al paaltjes.
Er wappert al rood wit lint.
En boven het gras zweeft alweer het gemengde gevoel dat stadsrand heet.
Column van Eddie Marsman
tentoonstelling Randverschijningen
CBK, 9 april 2010

Eddie Marsman tijdens de opening van Randverschijningen (foto: CBK Groningen - H. Fierkens)
Fotograferen in de modder
Zo, de website draait, de eerste beelden van Randverschijningen zijn geselecteerd en de voorbereidingen voor de expo overmorgen zijn in volle gang, kortom, tijd voor een eerste bericht.
Sabina en ik zijn om 22.40 uur nog druk aan het bellen over de voorbereidingen voor vrijdag. Sabina vanaf de Fotoacademie (waar we allebei als mentor werken) en ik vanuit de huiskamer waar ik deze avond achter mijn laptop doorbreng.
Al in 2009 zijn we begonnen met het project over de stadsrand. Tijdens alle uren die we doorgebracht hebben langs de rand van de stad hebben we veel meegemaakt en gezien. We hebben met onze logge camera en trage uitrusting gestaan op een ‘noodweg’ van los liggende klinkers midden in het weiland, in een modderpoel waar het statief zo’n 25 cm in wegzakte (en wij, en de auto!, dus ook), aan de rand van een levensgevaarlijk fietspad en gewoon in de berm of in een huiskamer. Vaak wachtend op de zon die lager moest staan voor de juiste schaduw, die op volle kracht moest schijnen of die juist voorzichtig door de wolken moest breken.

copyright: Sabina Theijs
Al deze bijna ‘meditatieve’ momenten (het is goed om de snelle digitale wereld even te laten voor wat het is) en de mooie mensen zoals Henk met zijn twee Engelse Bull-terriers Barca en Sparta, maken het werken aan ons project Randverschijningen fantastisch.
Ook het feit dat we een tijdsdocument neerzetten en een bijdrage leveren aan het collectieve geheugen van de Groningers maakt het de moeite waard. Er gaat veel gebeuren binnenkort met de stad die altijd heeft gepretendeerd compact te zijn en een voorbeeld was voor steden in de Randstad. Met de opkomst van Meerstad en Westpoort valt nog te bezien hoe compact Groningen blijft.
Wij nodigen iedereen uit om onze website te volgen en mee te denken over dit onderwerp, om gedachten, tips en ideeën uit te wisselen. Ook hopen we jullie vrijdag te mogen ontvangen om een lekkere borrel met ons te drinken. En de eerste beelden te bekijken natuurlijk!
Randverschijningen in CBK Groningen

copyright: Marieke Kijk in de Vegte en Sabina Theijs
Vrijdag 9 april 17.00 uur borrel in het CBK (Trompsingel 27, in cultuurcentrum De Oosterpoort)
Met trots presenteren wij een exclusieve selectie van het eerste beeldmateriaal uit de serie Randverschijningen. De presentatie is onderdeel van het project Groter dan Groningen, (kunstenaars en Stadjers over de groei van de stad) dat is geïnitieerd door het CBK en waar onder andere kunstenaar Gerald van der Kaap aan mee werkt.
In de presentatie wisselen foto’s elkaar op beeldschermen af met citaten van bewoners die op de stadsrand wonen. Daarnaast is er een gesproken column van fotografiecriticus van het NRC, Eddie Marsman.
Iedereen is welkom!
Fotopublicatie in Noorderbreedte

copyright: Marieke Kijk in de Vegte en Sabina Theijs
In het eerste nummer van 2010 laat het tijdschrift Noorderbreedte een selectie foto’s zien uit ‘Randverschijningen’. Vanaf donderdag 18 februari is de publicatie verkrijgbaar bij de boekhandel.
